over proloog

Jenaplan

In het Jenaplan onderwijs komen de opvoedingsdoelen op de eerste plaats, daarna de onderwijsdoelen. Het onderwijs streeft ernaar dat kinderen zich veelzijdig ontwikkelen op school. Zij leren veel over de wereld om hen heen én ontwikkelen vooral ook belangrijke waarden, zoals respect en zorg voor anderen en voor de wereld van de natuur. Actief, kritisch en onderzoekend deelnemen aan de samenleving en daarin je verantwoordelijkheid nemen. Alle momenten in het Jenaplanonderwijs zijn op een of andere manier doordrenkt van mogelijkheden om deze waarden te ontwikkelen, zodat kinderen zich zo breed mogelijk kunnen ontplooien
Ruimte geven om de eigenheid van ieder kind te benadrukken is de essentie van het Jenaplansysteem, bedacht door Peter Petersen afkomstig uit het Duitse Jena. 

Jongste, middelste of oudste

Jenaplanscholen werken met zogenaamde stamgroepen. In een stamgroep zitten kinderen van verschillende leeftijden (twee of drie verschillende leerjaren). Door deze keuze leren kinderen omgaan met verschillen. Oudste kinderen in een stamgroep kunnen jongste kinderen helpen en een kind dat zich op een bepaald onderdeel wat langzamer ontwikkelt, is nu bijvoorbeeld veel minder een uitzondering. Kinderen krijgen zo een rijke sociale omgeving waarin ieder kind de mogelijkheid heeft om zich op zijn eigen unieke wijze te ontwikkelen. Het mooie is dat kinderen elke positie in de groep een keer kunnen ervaren: jongste, middelste of oudste.

Vier basisactiviteiten centraal

In het Jenaplanonderwijs staan vier basisactiviteiten centraal: gesprek, spel, werk en viering. Deze zijn verweven in het dagelijkse onderwijs en wisselen elkaar in een ritmisch weekplan af.

Gesprek

De interactie tussen kinderen en het kringgesprek zijn belangrijk in het Jenaplanonderwijs. Kinderen leren een verhaal goed op te bouwen, goede vragen te stellen, actief te luisteren naar elkaar, te wachten op de beurt en kritiek te geven. Er is een vertelkring, verslagkring, boekenkring, nieuwskring, instructiekring, observatiekring, evaluatiekring en fruitkring. De uitvoering van een kring is aan duidelijke regels gebonden.

Spel

Door ‘gewone’ leerspellen, maar ook door drama, rollenspel, buitenspel en fantasiespel bootsen leerlingen spelenderwijs situaties na uit hun directe leefomgeving en komen zo tot spelen. Door spel wordt veel geleerd op cognitief, sociaal, emotioneel en motorisch gebied.

Werk

Bij werk gaat het om schoolse vakken, cognitieve activiteiten, zoals rekenen, spelling, taal en wereldoriëntatie. Bijvoorbeeld het schrijven van teksten, excursies, presentaties voorbereiden en het maken van creatieve werkstukken. Werken veronderstelt een zeker taakbesef, bezit een bepaald opdrachtkarakter.

Viering

De viering is bedoeld om met de groep, met de bouw (kinderen uit een parallelgroep) of met alle kinderen van school stil te staan bij een bijzonder moment. Het benadrukt dat de kinderen deel uitmaken van een gemeenschap. Het gaat niet alleen om feesten zoals een verjaardag of Sinterklaas maar ook om samen een wereldoriëntatieproject gezamenlijk te starten of af te sluiten. Kinderen laten dan aan elkaar zien wat ze gedaan hebben. Een viering sluit een periode van praten, spelen of werken af; dit gebeurt veelal door positief terug en kritisch vooruit te kijken.

De Jenaplanschool van Proloog

Proloog heeft een school die werkt vanuit de onderwijsvisie van Jenaplanonderwijs:
• De Oldenije